(deel 2/5) WUR drukt avondcolleges hoogstwaarschijnlijk door, ondanks negatief advies.

In het debat omtrent avondcolleges gaat het de universiteit hoofdzakelijk om rendement. Maar wat is nu eigenlijk het rendement voor de universiteit en is deze proportioneel ten opzichte van de schade die wordt toegebracht aan het studentenleven in Wageningen. We hebben de interne documenten van de WUR er even bij gepakt en komen tot de conclusie dat deze balans ver te zoeken is.

Uit eerder gedaan onderzoek is gebleken dat er vier opties voor handen zijn om de capaciteitsproblemen aan te pakken, namelijk, betere roostering, Bring Your Own Device (BYOD), onderwijsinnovatie en avondcolleges . In het meest gunstige geval leveren deze maatregelen respectievelijk 2265, 220, 24 en 1065 m2 aan onderwijsruimten op. Laten we deze cijfers in perspectief te zetten, het Orion heeft 9000m2 aan onderwijsruimten. Avondcolleges leveren ons een extra verdieping in het Orion op. In het meest gunstige geval dan, want de minimale winst, bij invoering van avondcolleges, wordt geschat op 600 m2. Vertalen we deze cijfers dan weer in studenten dan komen we op het volgende uit. Gemiddeld genomen hebben we 2,88m2 per student nodig. De avondcolleges maken hiermee plaats voor 200 tot 370 studenten, oftewel 1,8 – 3,4% van de huidige studenten populatie. De winst die de universiteit hiermee wil behalen is verwaarloosbaar, terwijl de universiteit ons keer op keer doet laten geloven dat avondcolleges de oplossing zijn voor de capaciteitsproblemen.

Ondanks dit lage rendement wil de universiteit deze maatregel toch doorvoeren. De student heeft zich al meerdere malen uitgesproken tegen avondcolleges en de verschillende rapporten die nu op tafel liggen laten een zelfde beeld zien. Avondcolleges zorgen voor een afname in concentratie (79%) en een verhoogde studiebelasting. Daarnaast verstoren de avondcolleges het ritme, planning en avondeten van de student. Studentenverenigingen hebben ervan kunnen proeven en stonden na de pilot negatiever tegenover avondcolleges dan hiervoor. Doordat de opkomst op activiteiten afnemen, actieve leden bedankten, vergaderingen geannuleerd moesten worden en hierdoor het organisatorisch vermogen van de verenigingen werd aangetast. Wanneer we kijken naar de docenten dan wordt dit plaatje niet veel beter. Twee derde van de docenten staat negatief tegenover avondonderwijs en ruim een kwart is negatiever geworden na deelname aan de pilot. Hierbij was deelname voor onderwijzend personeel vrijwillig. Docenten ervaren moeite met het aanbieden van dezelfde kwaliteit onderwijs als overdag en zien dat avondonderwijs ook op persoonlijk vlak zijn tol eist, extra stress, weinig tijd voor avondeten en het opgeven van andere activiteiten omdat zij niet in ruil voor een avondcollege een dagdeel vrij kunnen nemen.

Het voorgaande gelezen hebbende kunnen we concluderen dat als dit een kosten- batenanalyse was geweest de balans is doorgeschoten. Voor slechts een paar procent wordt het gehele studentenleven overhoop getrokken, het organisatorisch vermogen van verenigingen aangetast en belasten we docenten nog zwaarder. Het verbaast ons dat de universiteit blijft vasthouden aan een maatregel die zo’n negatieve impact heeft en zo weinig oplevert.

Bronnen:
ID 5209 14-CvB0497 Enclosure_Report Accommodating the Growth
ID_5979_1701081_Enclosure_Final_report_WU_pilot_evening_classes_Panteia_170217
ID_5977_1701081_Enclosure_Memorandum_for_optimising_scheduling_yeald