Het meldpunt, de resultaten op een rij

Van 5 september tot en met 23 december 2016 voerde Wageningen University een pilot uit met avondcolleges om te kijken of dit een oplossing kan bieden voor het capaciteitsprobleem van de universiteit. Door de pilot zat ongeveer 20% van de studenten ofwel in periode 1, ofwel in periode 2 één of twee avonden per week (meestal tot 19:00 of 20:00 uur) in de collegebanken.

Voor dezelfde periode opende de Student Alliance Wageningen (SAW) het meldpunt avondcolleges. De SAW constateerde een gebrek aan transparantie en legitimiteit bij het tot stand komen van de pilot: de medezeggenschapsorganen waren niet om advies of instemming gevraagd en concrete toezeggen voor meer betrokkenheid ontbraken na het studentenprotest. Daardoor was het onduidelijk of docenten en studenten wel voldoende gehoord zouden worden, en of hun ervaring wel mee zouden worden gewogen in het beslissingsproces. Met het meldpunt wil de SAW alle betrokkenen de kans geven om hun ervaring te delen.

In totaal zijn er 199 zinvolle meldingen binnengekomen bij het meldpunt avondcolleges, het merendeel van de meldingen is geplaatst door studenten die avondcolleges volgden. 148 studenten meldden dat ze hun verbredende activiteiten (lezing, vergadering, sporttraining, repetitie, etc.) genoodzaakt moesten overslaan. Door 43 studenten werd een opmerking gemaakt over de kwaliteit en effectiviteit van het avondonderwijs. 33 studenten waren indirect betrokken en ervoer al nadelen van de avondcolleges. Zeven studenten maakten een melding ten positieve van de avondcolleges. Zij gaven aan de tijd in de middag nuttig te besteden aan andere zaken en dat ze geen verplicht avondcollege hadden. Twee docenten plaatsten een melding. Zij gingen in op het opgemerkte verschil in concentratie tussen de middag- en avondgroep en de lage aanwezigheid van de studenten tijdens het avondvak.

Enkele studentenorganisaties (studie-, sport- en studentenverenigingen) wilden de effecten van de pilot met avondcolleges op hun organisatie toelichten. Deze toelichtingen blijken overeen te komen met de meldingen die studenten individueel maakten. Volgens hen hadden de avondcolleges niet allen invloed op het animo voor extracurriculaire activiteiten, maar ook werd het organisatorisch vermogen van studentenorganisaties onder druk gezet door de pilot. Studieverenigingen hebben geconstateerd dat avondcolleges leiden tot minder effectief onderwijs.

De Student Alliance Wageningen concludeert dat, ondanks de beperkte toepassing van avondcolleges, de brede ontwikkeling en het welzijn van studenten gedurende de pilot met avondcolleges werd beperkt. De deelnemende studenten waren minder vaak in staat om extracurriculaire activiteiten bij te wonen. Daarnaast werd het organiserend vermogen van studentenorganisaties op de proef gesteld. Er zullen minder activiteiten door studenten kunnen worden georganiseerd, indien de avondcolleges worden ingevoerd.

Als laatste neemt de SAW een gebrek aan transparantie bij de universiteit waar. De notulen van de verschillende inspraak organen zijn summier en cryptisch. Vaak wordt verwezen naar interne documenten (51 documenten in totaal) die vanwege onduidelijke redenen aan geheimhouding onderworpen zijn. Daarom is het voor studenten onduidelijk waarom het capaciteitsprobleem niet door alternatieven opgelost zou kunnen worden.

Met deze problemen in het achterhoofd stelt de SAW grote vraagtekens bij de invoering van avondcolleges. Zolang er geen transparante besluitvorming mogelijk is, is het voor de student een raadsel waarom avondcolleges nodig zijn. Gebrek aan openheid en transparantie in dit besluitvormingsproces is iets waarbij men zich niet zomaar kan neerleggen. Concreet betekent dit dat de student mee moet kunnen praten over alternatieven en inzicht heeft in de motivering van de universiteit, zodat de student goed geïnformeerd een mening kan vormen. Pas als een evenwichtig dialoog kan plaatsvinden op basis van goed onderbouwde meningen kan er gekeken worden of, en in welk geval, avondcolleges een (nood)oplossing kunnen zijn.